‘Mensen willen gezien en gehoord worden’, is recent de maat van interventies bij besluitvormingsprocessen geweest. We zien en horen wel. Maar dan! Alleen gezien en gehoord is onvoldoende; dat is uitgewerkt.

Historisch overzicht

Hierbij een korte historische schets over informatieverstrekking en betrokkenheid bij besluitvormingsprocessen.

Fase 1: Informatie geven en het betrekken van mensen: NUL-GEEN (vóór de 2de wereldoorlog)

Vreet wat je krijgt! Wat de mens kreeg voorgeschoteld, in werk of leven, daar deed hij het mee. Hem werd niet gevraagd of hij het ‘leuk’ vond. Het was je lotsbestemming. Slechts weinigen, alleen de gefortuneerden, hadden iets te kiezen.

Fase 2: Informeren als gunst (na de 2de wereldoorlog t/m jaren 60)

Vooruit, we moeten misschien iets zeggen waaróm keuzes gemaakt worden. Informatie geven kan handig te pas komen, vooral voor de informatiegevende instantie. De informatie die verstrekt is eerder een gunst dan een recht. ‘We’ kan bijvoorbeeld een gemeente, werkgever, religieuze instantie zijn.

Fase 3: De mens als object van aandacht (70-jaren-2000)

De mens wordt gezien als een speler die ertoe doet. Sterker nog, we dingen om de gunst van die mens. Het woord ‘draagvlak’ komt in zwang. Er is draagvlak nodig om veranderingen te kunnen doorvoeren. Draagvlak betekent dat er ondersteuning nodig is van betrokkenen, de wil om het te begrijpen, om iets door te zetten. Dit heeft iets in zich van consultatie, van raadpleging. In dit tijdvak ontstaat het poldermodel.

Fase 4: Gezien en gehoord worden (2000 tot 2018)

Consultatie is niet genoeg meer. We willen meedenken en meepraten waarbij we gaan merken dat wat we hebben gezegd wordt meegewogen in de besluitvorming. Want, mijn bijdrage is relevant. Mijn mening telt. Maar als alleen maar mijn mening telt is dat niet meer genoeg.

Fase 5: Contouren worden zichtbaar

Zie onder. Er zijn 2 contouren zichtbaar.

Vinklijst en onvrede

Gehoord en gezien worden lijkt een kunstje te worden. Mensen gezien en gehoord? Check! Vinklijst compleet! Maar de onvrede wakkert aan. Enkele voorbeelden: 

  • Als in burgerparticipatie, bijv. in bewonersbijeenkomsten, mensen alleen hun zegje mogen doen (als informatie vergaring van de ambtenaar) in het voorstadium van besluitvorming dan zit betrokkenen dat niet lekker en dat laten ze horen. Ze mobiliseren hun kracht via de (sociale) media.
  • Het zogenaamde ‘Schiphollen’ is uitgevonden door het stelselmatig teleurstellen en niet serieus nemen van burgers bij de overlast die de uitbreiding van de vliegcapaciteit met zich meebrengt. Zie ook het Lelystad Airport dossier.
  • Bij leerkrachten, waaronder PO in actie, die actief meewerkten aan structurele, merkbare verbeteringen van hun situatie. Er blijkt niets structureel te zijn veranderd. Maart 2019 (komt er een grote manifestatie en gaan ze weer de straat op.
  • ‘Onze’ gele hesjes herkennen zich niet meer in het systeem, in de taal van de ‘hoge heren’. De oorzaak van hun onvrede zoeken ze buiten zichzelf. Door geen ander platform (van gemeentelijke instanties, politieke partijen, sociale media etc.) voelen ze zich voldoende gezien en gehoord. Dan maar het gele hesje gegrepen.

Waar wringt de schoen?

Waardoor lijkt het nu dat gezien en gehoord worden, meer zien en horen, de langste tijd heeft gehad.

1.Besluit bepaling = black box

In heel veel overleggen zijn burgers, ervaringsdeskundigen, werknemers gestapt als waardevolle informatiedragers van bepaalde onderwerpen. Vaak zijn ze betrokken in de beeldvormende fase, in het zien en horen proces van besluitvorming. Bewonersavonden, informatiebijeenkomsten, overleggen zijn vooral gericht om ideeën te achterhalen van betrokkenen.

De daadwerkelijk besluitvorming gebeurt vaak buiten het blikveld van betrokkenen, een blackbox. Zij worden op enig moment geconfronteerd met de uitkomst en dat is het dan.

2.Besluiten vallen op verschillende platforms

Besluiten, zeker die van de bebouwde omgeving en in de politiek, vinden op verschillende platformen plaats. Als er bijv. besloten wordt tot een wegverbreding vindt deze besluitvorming daartoe bij de provincie, gemeente, Rijkswaterstaat, het ministerie, milieu- en burgerbelangen organisaties plaats.

Het is niet goed navolgbaar waar de feitelijke besluit tot stand komt. Er kan een gevoel van machteloosheid ontstaan dat je maar een klein radartje bent in het geheel: in het woud van andere belanghebbenden is mijn stem klein.

3.Het ‘systeem’ bepaalt de kaders

Ik wil bepalen t.o.v. het systeem bepaalt mij!

  1. 17 miljoen mensen (in NL) kunnen niet instant beleid bepalen. Dat is ondoenlijk. Met referenda proberen we het wel, maar ook daar betekent een ‘nee’ niet automatisch dat een voorstel van de baan is.
  2. Als het meebepalen al kan moet je eerst een plek in het politieke systeem verwerven: de gekozen vertegenwoordiging. Een proces van de laaaaange adem.

Het systeem van wetten en regels staat -hoe begrijpelijk ook- individuele zelfbeschikking in de weg. Dit begint sommigen op te breken.

Contouren voor Fase 5

Fase 5 is nog niet precies te duiden. Er zijn twee belangrijke contouren die zich aftekenen.

Contour 1 de ervaringsdeskundige bepaalt het proces en (mede) het besluit

Enerzijds de initiatieven en bewegingen nemen toe waarbij ervaringsdeskundigen, burgers, en cliënten IN THE LEAD zijn t.b.v. verbetering van hun eigen situatie. Daarbij is de overheid faciliterend.

Denk aan cliëntenparticipatie (samen de zorgopvang beter maken) en de inrichting van de wijk: de Right To Challenge. Door inzet van de Right To Challenge kunnen bewoners taken van gemeenten overnemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Burgerinitiatieven worden zo wel gehonoreerd. Zie www.righttochallenge.nl  Ook de klant, wordt steeds meer leidend voor de organisatie. De ‘customer journey’ draait om de klantbeleving. De organisatie wordt aangepast als het niet matcht met de klant contactmomenten en zijn gewenste beleving.

Contour 2 tegen het systeem: tegendruk

Niks lopen langs de lijnen die bepaald zijn door het systeem in wet- en regels. Zo kan het niet langer. De gele hesjes-sentimenten zijn de meest militante vormen ervan: ‘we zijn het allemaal zat’ en ‘ze doen maar in Den Haag’. ‘Ik wil nu actie!’. Aan de andere kant worden uit de tegendruk nieuwe initiatieven geboren. Burgers die zich verenigen en aansluiten bij lokale initiatieven om de buurt leefbaar te houden (het starten van een bibliotheek, buurtbus of buurtwinkel). Door crowdfundacties kunnen ondernemers geld ophalen, daar waar de bank geen lening wilde verstrekken. Waar de regels bepalen geen (bestaans-)recht te hebben, pakken mensen het initiatief over.

Wellicht loopt de militante tegendruk (de hesjes) in contour 2 met een sisser af. Wel is duidelijk dat we meer vingers in de besluit-pap willen hebben. Meer nog dan ooit komt het neer op een goed PROCES waarin ervaringsdeskundigen de lead krijgen! Daarbij weliswaar gesteund en gefaciliteerd door professionals.

NB: in de werkpraktijk van De Externe Voorzitter gaan wij voor contour 1: mensen samenbrengen, het goede gesprek voeren, samen het proces bedenken en gezamenlijk komen tot een besluit waarmee we allemaal kunnen leven.